Introductie

Plan West is een uitbreidingsplan voor Amsterdam dat in 1922 werd gepresenteerd. Het beslaat het gebied tussen de Postjesweg, de Admiralengracht, de Erasmusgracht en de Orteliuskade.

Beschrijving

Het plangebied van Plan West beslaat het grondgebied van de voormalige gemeente Sloten. Sloten was een oud dorp met een uitgestrekt grondoppervlak en de kern op grote afstand van Amsterdam, vlak bij het Nieuwe Meer. Door het oprukken van Amsterdam kreeg het steeds meer te maken met de dynamiek van een grote stad. Aan de rand van Amsterdam probeerde Sloten daarom, ver van zijn eigen bebouwing en bij wijze van zelfbehoud, zelf een nieuw woongebied tot stand te brengen. In 1909 kwam het uitbreidingsplan gereed van S.N. du Croix, de gemeentearchitect van Sloten. Dit volgde de oude agrarische verkaveling. Het behelsde het gebied tussen de Kostverlorenvaart, de Haarlemmerweg, de Admiralengracht en de strook ten westen van de Admiraal de Ruijterweg. Over de Admiraal de Ruijterweg reed al sinds 1904 een tram naar Haarlem, die vanaf het centrum van Amsterdam de Rozengracht en de De Clerqstraat volgde. De trammaatschappij was in het bezit van bouwgrond aan weerszijden van de Admiraal de Ruijterweg. Langs de trambaan, midden in het agrarische landschap, verrees daardoor in de jaren tien van de 20e eeuw een lint van bebouwing, dat zich geleidelijk uitbreidde in beide richtingen. In 1916 voorzag een tweede plan van de gemeente Sloten in de bebouwing van alle resterende terreinen langs de gemeentegrens van Amsterdam. Toen de gemeente Sloten in 1921 werd geannexeerd door Amsterdam was een deel van de grond al in handen van grote exploitatiemaatschappijen en moest Amsterdam deze uitbreidingsplannen min of meer ongewijzigd overnemen

De supervisie en de welstandstoetsing waren een zaak van algemeen belang en werden dus ondergebracht bij de gemeentelijke instellingen, maar het initiatief tot de nieuwe stadsuitbreiding was een particuliere aangelegenheid. Het was de bouwondernemer Heere van der Schaar (1882-1970) die met het plan kwam 6000 woningen te bouwen, evenveel als er in heel Breda stonden, met als basis een door hem ontworpen funderingssysteem bestaande uit paalfunderingen met een gewapend betonconstructie. Aangezien hij het voorstel indiende namens twee bouwmaatschappijen, beloofde om veel werklozen voor het project aan te nemen, én de grootmeester van de architectuur Berlage wilde inschakelen, steunden B&W het uitbreidingsplan. Er werden wel enkele compromissen gesloten over de bouwvoorschriften. Die waren strenger dan die van Sloten, maar minder streng dan die van Amsterdam. Bovendien mochten de woningen kleiner zijn dan Sloten eiste. Ter compensatie van het gebrek aan groen legden de bouwers in sommige straten voortuinen aan (die later vaak weer werden weggehaald, zoals in de Orteliusstraat) en, op hun eigen grond, een klein deel van het latere Erasmuspark. Ook werd een compromis gesloten waar het de vensters in de trappenhuizen betrof. In het vroegere Sloten mochten trappenhuizen zonder vensters worden gebouwd, Amsterdam stond dit niet toe. Toch zijn juist inpandige trappenhuizen en het ontbreken van portieken met trappen aan de straatzijde (wel vaak zichtbaar in Amsterdam Zuid) kenmerkend voor het Plan West. De gevels zien er tamelijk gesloten uit. Horizontaliteit werd het leidende principe, met als extreem voorbeeld de blokken van Wijdeveld aan de Hoofdweg.

Het Plan West is niet ontwikkeld vanaf de oude stadsrand, maar vanuit de kern: het Mercatorplein, waar de Jan Evertsenstraat de Hoofdweg kruist. De Hoofdweg is de belangrijkste noord-zuid verkeersroute in Plan West, dus het is geen toeval dat de kruising met de Jan Evertsenstraat tot een monumentaal plein is uitgewerkt. Het Mercatorplein moest, net als het Rembrandtplein in de oude stad, het kloppend hart worden van Plan West, met de Jan Evertsenstraat als kransslagader. Deze belangrijke functie werd benadrukt door de twee dominante torens aan het plein. De (later afgebroken en inmiddels herbouwde) toren is vanaf de Jan Evertsenstraat een duidelijk oriëntatiepunt en schept verwachtingen voor het verkeer dat westwaarts reist. Verwachtingen die door het Mercatorplein geheel worden ingelost. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat andersom, richting de oude stad, geen sprake is van een sterk oriëntatiepunt. De Jan Evertsenstraat gaat zonder meer op in de wat rommelige bebouwing van eind negentiende/begin twintigste eeuw ter hoogte van de Admiraal de Ruijterweg.

Het Plan West, gepresenteerd op 26 juni 1922, is van bijzonder hoge kwaliteit. Hoewel het stedenbouwkundig ontwerp de subtiliteiten mist van Plan-Zuid, waart de geest van Berlage ook krachtig door de westelijke stadsuitbreiding. Berlages architectonische en stedenbouwkundige visie, voor het eerst ten volle ontwikkeld in Plan-Zuid, bestond er onder andere uit dat de straatwand een samenhangend geheel moest vormen, waarbij de individuele woning ondergeschikt was aan het groter ruimtelijk geheel. Als waarborg van stedenbouwkundige en esthetische kwaliteiten stelde de gemeente een commissie van drie architecten aan, bestaande uit J. Gratama, G. Versteeg en A.R. Hulshoff. Gratama deed in de praktijk het ontwerpwerk. Het driemanschap was verantwoordelijk voor de silhouetten van straten en pleinen. De straten lopen vrijwel steeds van noord naar zuid en worden veelal gedomineerd door torenachtige uitbouwen. Met poorten wist de commissie waar nodig een meer gesloten straat- en buurtbeeld te scheppen. Opvallend is dat de scholen grotendeels net buiten het plan werden gezet en dat sommige blokken nauwelijks zijstraten kregen. Dit laatste had te maken met het feit dat men zich hield aan de bestaande eigendomsverhoudingen volgens het oude slotenpatroon. In vergelijking met het gebied rond de Vrijheidslaan, waar het individuele blok het straatbeeld bepaalt, is in Plan West de logica van het totale straatbeeld gevolgd. Een twaalftal zorgvuldig geselecteerde architecten ontwierp de gevels, zonder uitzondering in de stijl van de Amsterdamse School. De bekendste architecten kregen de beste plekken. De achterafstraten waren voor jongere of minder vooraanstaande collega’s. De architecten tekenden de voorgevels voor een vast tarief per perceel. Het architectenbureau Gulden en Geldmaker ontwierp alle plattegronden, achtergevels en constructies. In overleg met de overheid werd de huurprijs vastgesteld op 6,50 gulden per woning per week, een bedrag dat door de arbeiders voor wie de woningen waren bestemd, was op te brengen. De bouw werd verdeeld in drie etappes van elk tweeduizend woningen en duurde ruwweg van 1923 tot 1927.

De grenzen van Plan West waren duidelijk afgebakend en lang niet alle straten die in de jaren twintig in Amsterdam West zijn gebouwd, vallen er onder. Dit leidde wel eens tot opmerkelijke situaties, zoals aan de Postjeswetering. Aan de noordkant van de Postjeswetering staan de huizen van de Postjesweg met de weinig aantrekkelijke achterzijde naar het water toe, vol in het zicht van de huizen aan de overkant langs de Postjeskade. We zien standaard veranda’s die normaal naar het binnenterrein zijn gericht. Een alternatieve plattegrond voor de lange, ondiepe strook grond langs de Postjesweg had dit euvel wellicht kunnen voorkomen. De Commissie van Drie, die verantwoordelijk was voor het ontwerp van het stratenplan, had echter waarschijnlijk geen keus. Het tracé van de Postjesweg lag al vast doordat de aansluiting op de Kinkerstraat en de Admiralengracht al voor de Eerste Wereldoorlog was bepaald. Gulden en Geldmaker ontwierpen behalve de plattegronden ook de achtergevels, maar het beoordelen daarvan viel buiten de verantwoordelijkheid van de Schoonheidscommissie.

Het toonaangevende tijdschrift Wendingen wijdde in 1927 een heel nummer aan Plan West. Dit is nog steeds een prachtige bron van foto’s van het plan vlak na oplevering. Zeldzamer is de uitgave “Plan West”, uitgegeven door de gemeente Amsterdam in 1925. Auteur was architect W.J. Gulden. Een groot aantal foto’s bij deze bijdrage is afkomstig uit dit “modern-aangedaan platenalbum” een boek, dat “ook buiten den engeren kring van architekten en stedebouwkundigen belangstelling zal vinden.” De voorkant alleen al is prachtig en inmiddels ook door Museum Het Schip als ansichtkaart uitgegeven. Het boekje bevat ingeplakte foto’s van het bouwterrein die weinig of nooit op andere websites zijn gepubliceerd. Verder bevat het foto’s van gebouwen en straten in bewoonde toestand. Het richt zich duidelijk tot een publiek van architecten en bouwkundigen want het gaat nogal diep in op funderingen en bouwtechniek, geen wonder gezien de schrijver.

Gebruikte bronnen

1. G. Vermeer, Historische gids van Amsterdam. Stadsuitbreidingen 1860-1935 (Amsterdam, 2010).
2. Bernard Kohlenbach, Pieter Lodewijk Kramer, Architect van de Amsterdamse School 1881-1961 (Naarden , 19940.
3. Wendingen nr 6-7, 1927.

Links

1. https://www.heerevanderschaar.amsterdam/bouwondernemer/plan-west/item74
2. http://www.indonesia-investments.com/nl/over-ons/wie-we-zijn/onze-geschiedenis/item300
3. http://www.onsamsterdam.nl/component/content/article/15-dossiers/2423-de-kransslagader-van-west

Ingezonden door: Gert-Jan Lobbes

Gert-Jan Lobbes

Reacties

Geen reacties voor dit thema.

Je moet eerst inloggen voordat je een reactie kan plaatsen.
Als je nog geen account hebt, dan kan je je aanmelden voor een account.