terug naar de zoekresultaten

Introductie

Het bureau van de architecten Gulden en Geldmaker was in de jaren ’10 tot ’30 actief in vooral de (sociale) woningbouw. Het was een zeer productief bureau, met enkele tienduizenden woningen op hun naam. Het werk van de architecten staat te boek als sober en efficiënt. Het bureau blonk vooral uit in het maken van goede en goedkope plattegronden. In een groot aantal gevallen, zoals bijvoorbeeld bij het 6000 woningenplan in Amsterdam West, lieten de beide architecten de gevels ontwerpen door andere, vooraanstaande architecten, zoals J. M. van der Meij, J. F. Staal, M. Staal-Kropholler en H. P. Berlage. Het bureau was actief in heel Nederland, maar vooral in Amsterdam, Maastricht en Utrecht. Na de Tweede Wereldoorlog ging het bureau verder onder andere namen.

Beschrijving

Vroege leven en begin carrière

Over het vroege persoonlijke leven van de architecten is weinig bekend. Vooral Melle Geldmaker (1874 – 1930) heeft weinig achtergelaten. Het was een degelijke, maar sobere en weinig vooruitstrevende architect. Hij werd door tijdsgenoten beschreven als kundig, maar kreeg nauwelijks specifieke waardering.

Zeeger Gulden (1875 – 1960) had zelfs helemaal geen ervaring als architect en hield zich in eerste instantie dan ook voornamelijk bezig met het verwerven van opdrachten en de administratie van het bureau. Later heeft hij ook werkzaamheden als architect ondernomen, maar dit gold vooral voor het ontwikkelen en uitwerken van plattegronden. Hij opereerde tevens als bouwondernemer, was gemeenteraadslid voor de SDAP, lid van de Commissie van Bijstand en medeoprichter van enkele woningbouwcoöperaties. De vele contacten die hij in deze functies opdeed, vormden de belangrijkste bron voor de vele opdrachten voor (sociale) woningbouw. De twee compagnons kenden elkaar waarschijnlijk via de Vereeniging van Nederlandsche Bouwkundige Opzichters en Teekenaars, waar zij beide lid waren. Rond 1908 startten zij een gezamenlijk bureau.

Beide hebben zich intensief beziggehouden met het vinden van nieuwe concepten voor volkswoningbouw, waarbij zij probeerden met gestandaardiseerde plattegronden en coöperatief gebruik van verschillende diensten en faciliteiten, goed en goedkoop te bouwen.

Melle Geldmaker overleed in 1930 en Zeeger Gulden zette het bureau voort. Eerst alleen, maar later zocht hij toch weer nieuwe compagnons, waaronder I. Blomhert, Ger Husslage en Bernard Bijvoet.

Experimenteren in de standaardisatie van de volkswoningbouw

Hoewel de architecten niet veel in architectuurbladen voorkwamen, heeft vooral Gulden zich wel duidelijk zichtbaar gemaakt in de gemeentepolitiek en op het gebied van de volkshuisvesting. Naast zijn werkzaamheden in de gemeenteraad voor de SDAP, hield hij zich bezig met het ontwikkelen van nieuwe concepten voor volkswoningbouw. Aan zijn werk werd daarom regelmatig aandacht besteed in vakbladen, zoals het Tijdschrift voor Volkshuisvesting en Stedebouw.

In samenwerking met de woningbouwcoöperatie Zomers Buiten, waarvoor hij eerder twee vakantieoorden voor arbeiders had ontworpen, ontwikkelde hij een nieuw type woningbouwblok. Door intensieve coöperatie door zo’n 650 families zou een vrijwel onafhankelijke sociale commune ontstaan, waar arbeiders voor een goede prijs iets luxere faciliteiten zoals centrale verwarming, badkamers met bad, centrale warmwatervoorzieningen, centrale stofzuigerinstallaties, telefoon en centrale vuilnisafvoer konden gebruiken. In het complex zouden vervolgens ook diensten worden ondergebracht zoals een kapper, een dokter, een bakkerij, een restaurant en coöperatieve winkels. Met dit project reageerde Gulden op een eerder voorstel van Berlage om woningbouw te rationaliseren en standaardiseren. Waar Berlage echter trachtte een rationalisatie te bewerkstelligen door met sobere architectuur en universele woningplattegronden kosten te besparen, ging Gulden uit van de bereidheid van arbeiders om diensten en faciliteiten te delen. Uit de publicaties blijkt een sterk geloof dat de toekomst van de volkswoningbouw in intensieve coöperatie lag, maar ook dat hetgeen werd ontworpen niet voor de allerarmsten bedoeld was. Van de plannen is uiteindelijk niets terecht gekomen.

 

Typering werk
In de eerste jaren ontwierp het bureau veelal alles zelf. De stijl die zij gebruikten is herkenbaar aan de vele subtiele, maar zorgvuldig uitgewerkte baksteenversieringen. Vooral de blokken in de Spaardammerbuurt en in Haarlem tonen de architecten als ware baksteenkunstenaars. 

Later, wanneer de Amsterdamse School meer gemeengoed wordt, verandert de stijl in een versimpelde variant van deze beweging. Hoewel de ontwerpen vaak een uniek uiterlijk hebben, en er nog steeds siermetselwerk voorkomt, wordt het allemaal minder uitbundig. Typerend uit deze latere periode zijn de panden voor woningbouwverenigingen Rochdale en Amsterdam-Zuid rondom de Cornelis Springerstraat en de Pastelstraat in de Pijp in Amsterdam. Later riepen de architecten, ingegeven door tijdsgebrek of door te weinig erkenning van de welstandscommissie de hulp in van andere bekende architecten voor de uitwerking van de gevels.

Vooral J.M. van der Meij, ontwerper van Het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade, heeft vele kenmerkende panden ontworpen. Onder andere van de woningen aan de Jan Evertsenstraat (1924-1926), het Hoofddorpplein (1925-1930), de Gerrit van der Veenstraat (1926-1927), Minervalaan/Stadionkade (1931-1932), Hoofdweg (1925-1928) en de woningen van de Vijzelflat (1924-1927) zijn de gevels ontwerpen door Van der Meij.

 

Literatuur

Over het bureau van Gulden en Geldmaker is niet veel geschreven. De belangrijkste studie naar de architecten is van de hand van Michiel Kruidenier die in samenwerking met Stichting BONAS in 2003 een biografie en werkenlijst heeft opgesteld. Michiel Kruidenier is architectuurhistoricus en auteur van verschillende biografiën van architecten uit het begin van de twintigste eeuw. Momenteel legt hij de laatste hand aan de langverwachte publicatie over J.M. van der Meij.

Gebruikte bronnen

1. Michiel Kruidenier, Z.D.J.W. Gulden (1875-1960). M. Geldmaker (1874-1930). Specialisten in volkshuisvesting (stichting BONAS 2003).
2. Z. Gulden, Rationalisatie in de woningbouw (H. Meulenhof 1930).
3. Michiel Kruidenier en Paul Smeets, Joan Melchior van der Meij. Pionier van de Amsterdamse School (nai010 2014).

Ingezonden door: Michiel Kruidenier

Michiel Kruidenier Michiel Kruidenier is architectuurhistoricus met verschillende publicaties op zijn naam over architecten uit het begin van de twintigste eeuw.

Reacties

Geen reacties voor dit thema.

Je moet eerst inloggen voordat je een reactie kan plaatsen.
Als je nog geen account hebt, dan kan je je aanmelden voor een account.