Introductie

Een goed bewaard geheim aan het Oosterpark.

Specificaties

Officiële of officieuze naam Oosterpark 77-78, Amsterdam
Type object
Materiaal
Opdrachtgever(s) Particuliere opdrachtgever
Betrokken architect(en) Harry Elte
Betrokken kunstenaar(s) A.J. Grootens
Geplaatst in 1921
Huidige eigenaar Particuliere eigenaar

Achtergrond

In de gevelrij aan het Oosterpark valt dit pand niet zozeer op door de schoonheid, maar door de witte kleur en de breedte. Het pand is zo breed, omdat het twee panden uit 1888 betreft die in 1921-22 verbouwd zijn tot één woning door de architect Harry Elte. Bij de verbouwing werd de linker entrée een travee verplaatst, de rechter werd de toegang tot het souterrain. De oorspronkelijke topgevels verdwenen. De dakvensters werden tot één horizontale dakkapel samengevoegd. Tegen de achtergevel werd een serre op souterrainniveau en beletageniveau geplaatst. Opdrachtgever voor de verbouwing was de joodse zakenman Julius ‘Judko’ Barmat, die getrouwd was met een Nederlandse vrouw. Vandaag de dag is het pand het resultaat van een aantal verbouwingen, die het geheel geen goed hebben gedaan. In 1931 of 1932 werd het huis overgenomen door een commissaris van Barmats bedrijf, die het pand verhuurde als schoolgebouw voor een christelijke HBS. Waarschijnlijk kreeg het pand toen de huidige (niet erg geslaagde) voorgevel. Deze werd in een lichte kleur gepleisterd. Ook werd de hoofdtoegang verlaagd tot de hoogte van de onderbouw. De laatste jaren wordt het pand gebruikt als kantoorruimte.

Onder leiding van Harry Elte is aan het interieur heel veel aandacht besteed en het is bijzonder goed bewaard gebleven, wat een wonder genoemd mag worden gezien alle verschillende gebruikers. Tot in de afwerklagen, de details en het hang- en sluitwerk kenmerkt het pand zich door een grote mate van authenticiteit. Bij Elte is sprake van invloeden van Berlage, Wright en de Amsterdamse School maar deze inrichting is een stuk klassieker en behoudender dan bijvoorbeeld zijn eigen woning aan de Stadionweg.

Julius Barmat

Het is interessant op het bijzondere leven van Barmat in te gaan. Barmat werd in 1889 geboren in Oekraïne. Via Polen kwam hij in 1908 naar Nederland. Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog exporteerde hij levensmiddelen naar Duitsland, waar hij een fortuin mee verdiende. Barmat woonde met zijn gezin hier aan het Oosterpark van 1917 tot medio 1924; daarna verhuisde hij naar Berlijn. Barmat zou de Weimar regering en de Pruisische Staatsbank flink in de problemen brengen. Duitse socialisten waren hem behulpzaam bij het verkrijgen van overheidscontracten. Ook leende de socialistische Weimar-regering geld aan de investeringsmaatschappij van Barmat en zijn broers. Zij speculeerden daarmee in de valutahandel, wat in 1924 helemaal verkeerd liep. De regering en de Pruisische Staatsbank verloren daardoor miljoenen dollars. Uit onderzoek van de Duitse justitie bleek dat de Barmats diverse socialistische politici en functionarissen hadden omgekocht. Het 'Barmat-schandaal' was geboren. Het was koren op de molen van de antisemitische Duitse pers. Julius en zijn broer Henry werden na een proces van vijftien maanden in 1928 veroordeeld tot elf respectievelijk zes maanden celstraf. Voor sommige politici betekende het schandaal het einde van hun carrière.

Na zijn vrijlating woonde Julius afwisselend in Nederland en België. Na verloop van tijd kreeg Barmat weer problemen met justitie door affaires in Frankrijk en België, mogelijk mede aangewakkerd door fascistische organisaties. Eind 1937 werd hij door Nederland aan België uitgeleverd, waar hij verdacht werd van verduistering en van oplichting van enkele Belgische banken. Hij was toen al ziek en overleed begin 1938 in zijn Brusselse cel. Barmat werd begraven op de joodse begraafplaats in Muiderberg. Ronald Klip besteedt op de site Dichtbij.nl en 020 apps uitgebreid aandacht aan het Barmat-proces, waar ook een artikel over het proces uit de Telegraaf (1928) te vinden is. In het boek “Leven in toen” wordt vermeld dat Barmat tot 1917 zelfs minister van financiën in Duitsland was maar vanwege malversaties werd gedwongen om af te treden en daarna naar Nederland vluchtte, maar daar heb ik geen bevestiging van kunnen vinden. Ook op vele andere websites en in boeken is informatie over Barmat te vinden.

Interieur

Bij de verbouwing door Elte kreeg het pand een nieuwe indeling. In het souterrain kwamen entree en bergingen, biljart en herenkamer met serre. Op de belétage kwamen een vestibule, hal, toilet, ontvangkamer, eetkamer met serre, dienkeuken en keuken met waranda. Op de verdieping kwamen een werkkamer, twee slaapkamers, donkere kamer, toilet- en badkamer. Op de zolder tenslotte kwamen dienstbodenkamers, logeerkamer, badkamer en berging. Het interieur kreeg betimmeringen vervaardigd door de Nederlandsche Fabriek voor Betimmeringen v/h Gebrs. Reens te Amsterdam; het (vaste) meubilair (onder andere twee halfronde dressoirs) waarschijnlijk door gebroeders Daniël en Hendrik van Dorp. De lampen in de entreehal en in het trappenhuis zijn mogelijk vervaardigd door de Amsterdamse firma H.J. Winkelman & Van der Bijl. Het is vooralsnog onduidelijk welke onderliggende betekenislagen aan het decoratieprogramma moeten worden toegekend, maar de verschillende vormen van decoratie lijken een grote onderlinge samenhang te vormen.

Wie was de ontwerper?

Wie de ontwerper was van het schitterende glas in lood in de door Elte bij de verbouwing aangebrachte serre in de eetkamer en in de lichtkoepel van het nieuwe trappenhuis, is vooralsnog onbekend. De naam van Chris Lebeau keert terug op verschillende plaatsen, maar hiervoor bestaat geen bewijs. In de biografie over Lebeau van Mechteld de Bois wordt dit huis ook niet genoemd en bovendien is de stijl van het glas in lood niet verwant aan andere ontwerpen van Lebeau. Ton Overtoom in “Leven in toen” schrijft dat de ramen niet voor dit huis zijn ontworpen maar weet blijkbaar ook niet voor welk huis dan wel. Deze visie wordt overigens wel ondersteund door het feit dat de ramen in de serre en in de wc glaspanelen zijn die aan de kozijnen zijn vastgemaakt en niet in de kozijnen zijn aangebracht. Maar het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de lichtkoepel voor een ander huis dan Oosterpark 77-78 is ontworpen, daarvoor past deze eenvoudigweg te goed boven het trappenhuis. Aan de andere kant is het moeilijk voorstelbaar dat de voorstellingen uit de tijd van Elte's verbouwing in 1921 dateren, zodat het ook zou kunnen dat de lichtkoepel pas een aantal jaren later is aangebracht. De glazenier die naar mijn mening de meest serieuze kandidaat voor toeschrijving is, is A.J. Grootens uit Bloemendaal. Grootens ontwierp onder meer de grote glas in lood vensters in de burgerzaal van het stadhuis in Enschede. Hoewel van later datum, vertoont de hoekige manier waarop hij gezichten in Enschede weergeeft, een treffende overeenkomst met het glas in lood in de serre.

De serre

De serre bestaat uit in totaal negen glas in lood voorstellingen, vier links en vier rechts en een middenpaneel. Op de uiterste panelen zien we sportieve, moderne mannen, soms met attributen. De vormgeving is wat kubistisch. Op de binnenste panelen is sprake van een soort processie. De huidige huurders noemen de afbeeldingen “Een joodse bruiloft” maar daar is volgens mij geen aanwijzing voor. Links een man en een vrouw met geschenken en een kussend paar. Rechts twee mannen met een staf waarop een geabstraheerde doodskop, alsmede een man en een vrouw met attributen. In het midden worden twee half knielende figuren (twee mannen? Een man en een vrouw?) naar het lijkt gezegend door een vrouw met een hoofdbedekking die zich nog het best laat omschrijven als een nonnenkap. De overheersende kleuren van het glas in lood zijn paars, blauw en roze.

De lichtkoepel

Figuren in dezelfde stijl als in de serre maar in gedektere kleuren (oranje, oud roze, geel hoewel er ook wat felle uitschieters zijn) zijn te vinden in de lichtkoepel. Ook hier is de voorstelling niet duidelijk. We zien langs de randen dubbelgevouwen en verwrongen figuren die zich kennelijk in een lage, krappe ruimte bevinden, waarin zij mogelijk opgesloten zitten. Het is niet duidelijk waar ze mee bezig zijn. Meer naar het midden zien we een paar in omarming en een paar dat met de handen wijst naar korenaren (symbool van de vruchtbaarheid?). Mogelijk is het geheel een bevrijdingsscène met een socialistische achtergrond.

Garderobe

Tenslotte is er nog glas in lood in de wc op de bel-etage, die deel uit maakt van de garderobe. Originele betimmeringen, glas in lood en tegelwerk zijn in grote mate behouden. De voorstelling doet wel denken aan het glas in lood elders in het pand maar de voorstelling heeft een iets andere stijl en het glas is ook anders van structuur. We zien twee knielende figuren die het meest doen denken aan biddende nonnen. Dat zij juist op de wc zijn aangebracht is raadselachtig. Maar ook dit is weer een paneel dat op het kozijn is vastgemaakt, dus het hoeft oorspronkelijk niet voor de wc bestemd geweest te zijn.

Overige elementen

Een aantal elementen uit het rijke interieur moeten nog genoemd worden. Hier zien we vooral de hand van Elte. De voordeur links geeft toegang tot een entree met glazen klapdeuren, gevolgd door een voorhal met trap leidend naar het trappenhuis. Zowel de entree als de voorhal zijn voorzien van een vloer en een plint in wit geaderd zwart marmer, in open boek gelegd. De wanden zijn boven de plint voorzien van een groen graniet, in open boek aangebracht. In de entree hangt een plafondlamp uit de bouwtijd, zoals gemeld mogelijk van Winkelman & Van der Bijl. Het trappenhuis wordt bepaald door een monumentale bordestrap met overlopen rond een groot rechthoekig trapgat. De opengewerkte balustrade heeft gebeeldhouwde elementen op een aantal trappalen, terwijl andere trappalen een bolbeëindiging hebben. Het meest opvallende is een zittende mannelijke figuur die omhoog kijkt, omgeven door golvende vormen. De symboliek is onduidelijk. De wanden van het trappenhuis hebben op de bel-etage betimmeringen in eikenhout. Overal op deze etage bevinden zich paneeldeuren waarbij in het midden een zwarthouten naald is aangebracht, eindigend in een gesneden (naakte) vrouwenfiguur. Ook in de eetkamer zien we deze figuur terug komen. Op de boezem van de loze schouw van wit geaderd zwart marmer in de hal is een zwaard in zwart hout verbeeld waarvan de greep eveneens voorzien is van een vrouwenfiguur.

Salon

Ook in de twee kamers van de bel-etage in het rechter deel van het huis, zien we de hand van Elte terug. De voorkamer (vroeger de salon) is voorzien van een betimmering in coromandelhout op de wanden. Behalve een verlaagd gedeelte met hierin de schouw wordt de kamer met name gekenmerkt door de betimmerde wand met suitedeuren naar de eetkamer. Deze suitedeuren zijn voorzien van in roeden gezet glas en geplaatst in een diepe nis met rond gesloten bovenzijde, rustend op zuilen. Ter weerszijden hiervan ondiepe nissen met kasten. De voormalige eetkamer aan de achterzijde heeft ook nissen aan weerszijden van de suitedeuren waarin kasten zijn gemaakt.

Werkkamer

Op de verdieping bevindt zich aan de voorzijde de werkkamer van de opdrachtgever Barmat. De kamer is met eiken betimmerd en er zit een vast dressoir in dat lijkt op de dressoirs van de eetkamer. Aan één van de korte wanden bevindt zich een kastenwand met in de centrale nis een reliëf met boogschutters, een rechtstreekse kopie naar een werk van de Servische beeldhouwer Ivan Mestrovic, aan wie het tijdschrift Wendingen in 1918 een artikel wijdde.

Tenslotte verdient de voordeur van de linker beuk nog vermelding. In het smeedwerk bevinden zich luchtig geklede en zelfs naakte mannen en vrouwen, soms in vrijmoedige poses. Bijzonder voor de late jaren twintig! Naar verluidt vormen zij samen de letters JWBARMAT.

Recente ontwikkelingen

Rijksmonument 1017813. Het pand is van architectuurhistorische waarde vanwege het zeer waardevolle interieur en vanwege het exterieur als voorbeeld van een monumentale stadswoning uit de vroege twintigste eeuw. Eveneens van waarde als belangrijk werk binnen het oeuvre van de architect Harry Elte.

Gebruikte bronnen

1. M. de Bois, Chris Lebeau (Assen-Haarlem, 1987).
2. T. Overtoom, 'Oosterpark 77-78 Amsterdam', in: Leven in toen, Vier eeuwen Nederlands interieur in beeld (Amsterdam, 2001).
3. L. van Grieken, Harry Elte (1880-1944) (Rotterdam, 2001).

Links

1. http://drimble.nl/monument/amsterdam/30182/zoeken.html?q=oosterpark+77&Submit=zoek&cat=0
2. http://020apps.nl/1850-1940/Oosterpark/77-78
3. http://www.dichtbij.nl/amsterdam-centrum/regionaal-nieuws/artikel/2961818/omkoopschandaal-aan-het-oosterpark.aspx

Professionele of persoonlijke band met dit voorwerp

Van buiten is het geen bijzonder mooi pand, van binnen is het adembenemend. Hoewel het in zijn geheel op de monumentenlijst staat en wordt beschreven in diverse publicaties, is met name het glas in lood volstrekt onvoldoende bestudeerd en is ook naar de maker ervan nauwelijks onderzoek verricht. Er is ook nauwelijks recent beeldmateriaal gepubliceerd. Voor Platform Wendingen gingen de deuren open. Ik dank de gebruikers voor hun vriendelijke en gastvrije ontvangst.

Ingezonden door: Gert-Jan Lobbes

Gert-Jan Lobbes Ik zoek naar details van de Amsterdamse School die je pas opvallen als je langere tijd kijkt naar objecten. Fotograferen helpt om die details te ontdekken. De toppers van deze unieke stroming vind je op vele websites en horen natuurlijk ook thuis op Wendingen. Mijn voorkeur heeft echter om architecten, gebouwen en interieurs in kaart te brengen die nauwelijks aandacht krijgen. Want wie kent tegenwoordig Kruyswijk, Franswa, Boterenbrood of Roodenburgh - om maar een paar namen te noemen? Bekendheid kan bovendien bijdragen aan behoud van erfgoed, onbekend erfgoed kan zomaar verdwijnen.
Mijn Amsterdamse Schoolfoto's worden gebruikt in tijdschriften, brochures, boeken en bij tentoonstellingen. Over vondsten op architectuurgebied twitter ik vrijwel dagelijks: https://twitter.com/gertjan_lobbes

Reacties

Geen reacties voor dit voorwerp.

Je moet eerst inloggen voordat je een reactie kan plaatsen.
Als je nog geen account hebt, dan kan je je aanmelden voor een account.