Introductie

Minstens zo indrukwekkend als het exterieur is het verrassend goed bewaard gebleven interieur van dit statige kantoorpand in Den Haag.

Specificaties

Officiële of officieuze naam De Rode Olifant, Den Haag - interieur
Type object Interieur / ameublement
Materiaal
Ontworpen voor gebouw De Rode Olifant, Den Haag - exterieur
Opdrachtgever(s) American Petroleum Company
Betrokken architect(en) J.Herman de Roos, Willem Overeijnder
Betrokken kunstenaar(s) H.J. Winkelman (Winkelman & Van der Bijl), Joop van Lunteren, Christiaan de Moor
Geplaatst in 1924
Huidige eigenaar NSI

Achtergrond

Dit ontwerp van het Rotterdamse architectenbureau De Roos en Overeijnder (in Rotterdam onder andere verantwoordelijk voor het Mathenesserhof en Het Kasteel van Sparta) was oorspronkelijk bedoeld als inzending voor een mogelijke prijsvraag voor een raadhuis in Hilversum. Het werd later aangeboden aan de American Petroleum Company (de voorloper van Esso) en zou moeten wedijveren met het hoofdkantoor van de Bataafsche Petroleum Maatschappij (de voorloper van Shell) op amper een kilometer afstand.

Het gebouw kreeg als naam Petrolia; na de naamswijziging van American Petroleum Company naar Esso in 1947 kreeg het als naam Esso gebouw. In 1990 kwam er – na een restauratie – een nieuwe bewoner in het pand: advocaten- en notarissenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek. Na een prijsvraag onder het personeel kreeg het de huidige naam. Vastgoedbedrijf NSI - de huidige eigenaar - liet het pand in 2012-2013 moderniseren.

Interieur

Net als het exterieur is de uitstraling van het interieur statig, luxe. Links van de voorgevel aan de Zuid-Hollandlaan komt je via expressief vormgegeven voordeuren in de voormalige ontvangstruimte met gebrandschilderd glas over twee verdiepingen van de firma Winkelman & Van der Bijl. Het zeskantige motief in het glas in lood doet denken aan een vereenvoudigde weergave van benzeenmoleculen.

In deze ruimte bevinden zich een zestal lampen, die samen met twee exemplaren in de centrale hal de meest uitgesproken en expressieve Amsterdamse School-elementen in het gebouw zijn. Aan het plafond van het hoogste gedeelte van de hal hangt een lang exemplaar; een korter soortgelijk exemplaar hangt aan het plafond nabij de trap. Deze trap wordt geflankeerd door twee hoge staande lampen met een onnavolgbare vormgeving: de armatuur staat op concave zuilen op korte natuurstenen (syeniet?) verhogingen. Op de eerste verdieping bevinden zich twee kleinere wandlampen op pilasters, hoogstwaarschijnlijk van smeedijzer.

Twee wandlantaarns (eveneens hoogstwaarschijnlijk van smeedijzer) bevinden zich in de hoge centrale hal. Van een van de lampen bevindt zich een foto in het archief van de firma Winkelman & van der Bijl in het Stadsarchief van Amsterdam. Waarschijnlijk is de Amsterdamse firma verantwoordelijk geweest voor de uitvoering (en wellicht ook ontwerp?) van alle lampen van het gebouw.

De hal is overkapt met een enorm glazen glas-in-loodraam, waarin spaarzaam kleuren zijn toegepast. De uitsparingen van de galerijen hebben een art deco uitstraling. Aan weerszijden van de centrale hal bevinden zich trappenhuizen. Aan de zijde van de voormalige ontvangsthal bevindt zich een brede trap met natuursteen en mooi vormgegeven leuningen. Het veel kleinere trappenhuis in een halfronde uitbouw aan de andere zijde van de hal heeft smalle gecurvde ruitjes met gekleurd glas die de openingen in de wand die helemaal bedekken.

Op deze halfronde gevel van het trappenhuis hangt een klok op de bovenrand van een brede wandschildering van Christiaan de Moor die de gehele hal omcirkelt. De schildering op het trappenhuis doet qua lijnenspel denken aan Wijdevelds Wendingen; hierin staat, pal onder de klok, verticaal de originele naam van het gebouw: Petrolea.

Toch wel curieus is de rest van de 50 meter lange muurschildering op de lange zijden van de hal. Hierop staan groepjes noeste arbeiders afgebeeld die aan het werk zijn, waarbij de uitstraling van de industriële setting versterkt wordt door de overwegend bruine tinten. Qua onderwerp en stijl is dit iets wat je eerder in een of andere socialistische omgeving zou verwachten aan te treffen, dan in het hoofdkantoor van een oliemaatschappij - een uitgesproken symbool van het grootkapitalisme.

Op de eerste verdieping bevinden zich nog enkele voormalige bestuurskamers waarvan de interieurs grotendeels origineel zijn, zoals de houten lambrisering, de lampen en de plaatbronzen verwarmingsbakken. De houten deuren hiervan hebben kleine glas-in-lood-venstertjes. In de overige vleugels is het interieur ingrijpend gewijzigd.

Ook in de toren bevindt zich glas in lood. De vorm van zowel het raam als de vormen hierin doen denken aan de vorm van de toren zelf. Net als het sluitstuk bij de ingang, waarop de toren van het gebouw te herkennen is, lijkt dit dus een 'knipoog naar zichzelf'. Helaas zijn de blauw-turquoise kleuren van het glas in lood van buitenaf niet goed zichtbaar. Zou de toren ooit van binnenuit verlicht zijn?

Links

1. https://www.monumenten.nl/monument/42937
2. https://anno1900.nl/2014/06/29/wedergeboorte-van-de-rode-olifant/
3. https://www.spacesworks.com/nl/den-haag/rode-olifant/
4. https://nsi.nl/location/rode-olifant-haag-2/
5. https://www.denhaagdirect.nl/de-rode-olifant/
6. https://ifthenisnow.eu/fr/node/162951
7. http://www.glasatelier.nl/nl/portfolio/rode-olifant/

Professionele of persoonlijke band met dit voorwerp

Net zo rijk als het exterieur is het interieur van dit imposante kantoorgebouw. Met dank aan Spaces voor het uitgebreid mogen fotograferen van het interieur, inclusief blik in de toren!

Ingezonden door: Marcel Westhoff

Marcel Westhoff

Reacties

Geen reacties voor dit voorwerp.

Je moet eerst inloggen voordat je een reactie kan plaatsen.
Als je nog geen account hebt, dan kan je je aanmelden voor een account.