Introductie

’t Reigersnest is een Amsterdamse School-landhuis in Oostvoorne dat is gebouwd tussen 1918 en 1920 door het duo Pieter Vorkink en Jacobus Philippus Wormser. Het werd gebouwd als vakantieverblijf voor de heer en mevrouw Hudig-Hoogewerff en hun zes kinderen. Het is nog steeds in bezit van de familie. Het ontwerp omvatte een duinkoepel en een toegangshek. Het Tijdschrift 'Wendingen' wijdde er na oplevering een volledig nummer aan: jaargang 4, nummer 6 (1921). Bernard Eilers maakte in die periode een aantal prachtige foto's die in het Nieuwe Instituut worden bewaard.

Specificaties

Officiële of officieuze naam 't Reigersnest
Adres(sen) Zwartelaan 1-3
Postcode(s) 3233 AX
Plaats (provincie) Oostvoorne (Zuid Holland)
Land Nederland
Huidige staat Gerealiseerd
Oorspronkelijke opdrachtgever Particuliere opdrachtgever
Oorspronkelijke functie Landhuis
Betrokken architect(en) Pieter Vorkink, Jacobus Wormser
Andere betrokken kunstenaars
Aanvang en oplevering 1918 - 1920
Huidige eigenaar Particuliere eigenaar
Huidige functie Landhuis
Soort monument Rijksmonument
Monumentnummer 38894 (Landhuis); 38895 (Tuinmanswoning); 38896 (Toegangshek)

Achtergrond

Het landgoed ’t Reigersnest is een deel van het Mildenburgbos dat omstreeks 1785 werd aangelegd in het gebied achter de duinen met als één van de bijzondere kenmerken een oude vijver volgens de Engelse landschapsarchitectuur in die tijd. Omgeven door iepen, beuken en eiken. In de iepen huisde een reigerkolonie, waar het huis haar naam aan dankt. Deze kolonie is verdwenen toen in de zestiger jaren van de twintigste eeuw de iepen gerooid werden in verband met iepziekte.

Toen het huis gebouwd werd lag Oostvoorne aan de monding van de Brielse Maas, waar een veerboot uit Rotterdam afmeerde aan een pier in zee vlak achter het landgoed. Men zwom direct achter het huis in zee. De duinen die grensden aan de monding van de Maas en het Noordzeestrand zijn inmiddels verder verwijderd van de zee door de aanleg van enkele dammen en aanleg van Europoort en Maasvlakte I en Maasvlakte II. Het zicht vanaf de duinen is het diepblauwe Oostvoornse Meer met daarachter de kranen en industrieterreinen van de Maasvlakte, die zich uitstrekken, waar eens de zee was en natuurreservaat “de Beer” op het eiland Rozenburg.

Bij een verbouwing in 1938 door (binnenhuis) architect Jan van der Linden is de indeling aangepast. Bij de verbouwing werd de ouderlijke slaapkamer vervangen door een muziekkamer, de lichttoetreding werd aanzienlijk vergroot door het aanbrengen van een raam met vitrine en een deur met glas naar buiten. De garage met geitenhok werd verbouwd tot jachtkamer met open haard en de garagedeuren werden vervangen door een loodrecht gespijld raam. In de keuken werd het raam aan de westzijde vergroot. De zitkamerhoek aan de grote woonkamer werd kinderkamer met een kinderameublement. De kinderkamer werd zitkamer.

De koepel in de duinen is afgebroken tijdens de oorlog door de bezetter. Tegenwoordig is het landhuis te bezichtigen op monumentendag en na een afspraak. Voor verhuur, zie de link.

Exterieur

’t Reigersnest en de tuinmanswoning zijn opgetrokken in baksteen en hout en hebben een rieten overkapping. Het grote huis wordt gekarakteriseerd door een romp met een veel kleinere verdieping en een hoge kap en twee lagere vleugels die een stompe hoek met elkaar vormen. De voorkant en achterkant met terras op het zuiden bieden een totaal verschillend aanzicht.

Het grote grasveld aan de zuidkant begrensd door bos, geeft ruimte aan die unieke architectuur. Verdere kenmerken zijn vloeiende lijnen van de muren en het dak, de schoorstenen, de kleine ramen. Het geheel ademt een organische verbondenheid met de natuurlijke omgeving. In alles uit zich de aandacht voor het detail: het metselwerk, het houtwerk, de kozijnen en ramen , het interieur. Ditzelfde vinden we terug in de tuinmanswoning die in tegenstelling tot het grote huis een ver doorgevoerde symmetrie vertoont. Ook hier zijn opvallende uitspringende raampartijen, een dominante rieten kap en sculpturaal metselwerk.

Men noemt dit wel de plastisch organische richting in de Amsterdamse School; inspiratie werd ontleend aan de natuur, de golven, de wind, schelpen; er zijn weinig rechte hoeken, veel lijkt in beweging. Het geheel vormt een mooie uitdrukking van de rijkdom, de vrijheid en vitaliteit van de inspiratie in die tijd. Er is een samengaan van ambacht, kunstnijverheid, beeldende kunst en architectuur in een “totaal kunstwerk”.

De bouwmaterialen, hout, steen en riet zijn tevens ambachtelijk bewerkt ter versiering. De plastisch organische elementen in de bouw zijn bijvoorbeeld het dak van de tuinmanswoning. Hierin kan een golf worden herkend. De lange nok van de noordoost vleugel van ’t Reigersnest kun je zien als een ruggengraat van een voorwereldlijk dier.

De gebouwen passen mooi in de omgeving. De omliggende tuin is ontworpen rondom dit huis. Daar omheen grenst het bos met een manteling tegen de duinrand met eiken en beuken. Dit is een ruim 200 jaar oude grens tussen duinen en het binnenland tegen verstuiving. Daarnaast is er een parkbos met oude eikenlanen en een vijver volgens Engelse landschapsarchitectuur uit ongeveer 1785.

Interieur

Opvallend aan het interieur is dat het tot in detail ontworpen is door de architecten. Deels nog bewaard gebleven, en met dezelfde kenmerken als de uiterlijke ambachtelijke vormgeving met aandacht voor detail. De grote eetkamer met smeedijzeren open haard met een gepolijst blok hardsteen erboven, een buffet met eendenkopjes als handgreep, een geornamenteerd gelaagd plafond en bovenlichten met (voorheen gekleurd) glas in lood.

Het eerste behang was zwart en paars gestreept , het plafond was beschilderd in onder andere zwart, oranje en paars. De gordijnen waren grijsblauw gestreept en het tafelkleed zeer donker paars. Tafels, stoelen, houtkist, lampenkappen in siersmeedwerk en vloerkleed werden speciaal ontworpen voor deze kamer. Er is verder een lange gang met diepblauwe wandtegels en een patroon van zwarte en ivoorkleurige vloertegels en een bewerkte trapleuning.

Keuken, dienkamer en bijkeuken werden enigszins “gemoderniseerd” in de zestiger jaren.

Recente ontwikkelingen

Sinds 1983 zijn de verschillende bouwwerken in het complex aangewezen als rijksmonumenten. Er is een maquette van het huis en informatie in het Nederlands Architectuurinstituut (Het Nieuwe Instituut). Verder is informatie te vinden in tal van boeken gewijd aan de Nederlandse architectuur en met name de Amsterdamse School, zoals het in het boek Verbeelde idealen (2011) van Museum Het Schip.

Gebruikte bronnen

1. Menno Jonker, Floris Leeuwenberg en Alice Roegholt, Amsterdamse School, Verbeelde Idealen (Amsterdam 2011).
2. Wendingen 6 (1921), 6.

Links

1. http://www.reigersnestoostvoorne.nl/t_Reigersnest_Oostvoorne/t_Reigersnest_te_Oostvoorne.html
2. http://anno1900.nl/2015/09/20/%EF%BB%BF%EF%BB%BFbinnenkijken-in-t-reigersnest/
3. http://zoeken.hetnieuweinstituut.nl/nl/zoeken?category=all&trefwoord=reigersnest
4. https://www.monumenten.nl/monument/36972
5. https://www.monumenten.nl/monument/62099
6. https://www.monumenten.nl/monument/36974

Professionele of persoonlijke band met dit gebouw/blok

Onze grootouders hebben dit landgoed gekocht en er het huis laten bouwen in de stijl van de Amsterdamse School. Zij hadden zes kinderen en deze hadden weer gezamenlijk 22 kleinkinderen. Van jongs af aan hebben de kinderen en vervolgens alle kleinkinderen hier vakanties doorgebracht en hoogtijdagen gevierd, dat gaat nu door tot de vijfde generatie. Het is 40 jaar bewoond door onze grootmoeder en vervolgens 40 jaar door onze ouders, van wie als laatste onze moeder in 2004 overleden is. De laatste tien jaar is het als onverdeelde boedel in het bezit van zes broers en zusters.

Ingezonden door: Christine van Duin

Christine van Duin Christine van Duin is kleindochter van de opdrachtgevers, de heer en mevrouw Hudig-Hoogewerff.

Reacties

Geen reacties voor dit gebouw.

Je moet eerst inloggen voordat je een reactie kan plaatsen.
Als je nog geen account hebt, dan kan je je aanmelden voor een account.