Introductie

Blok 7 van Piet Kramer in het Plan West.

Specificaties

Officiële of officieuze naam Postjesweg-Hoofdweg oneven zijde, blok 7
Adres(sen) Hoofdweg 149III
Postcode(s) 1057 CP
Plaats (provincie) Amsterdam (Noord-Holland)
Land Nederland
Huidige staat Deels of volledig gerenoveerd
Oorspronkelijke opdrachtgever Heere van der Schaar
Oorspronkelijke functie Etagewoningen / winkels
Betrokken architect(en) Piet Kramer, Zeeger Gulden, Melle Geldmaker
Andere betrokken kunstenaars
Aanvang en oplevering 1923 - 1924
Huidige eigenaar onbekend
Huidige functie Gemengde bestemming: woningen en winkels/bedrijfsruimtes
Soort monument
Monumentnummer

Achtergrond

Het gaat hier om blok 7, het langste aaneengesloten blok van Kramer in Plan West. Het strekt zich uit van de hoek Postjesweg via de Hoofdweg (oneven zijde) naar de Willem Schoutenstraat en heeft een knik in het midden ter hoogte van de Davisstraat.

Kramer heeft meegewerkt aan de eerste etappe van Plan West. Zijn vijf in grootte verschillende blokken bevatten gedeeltelijk woningen voor Van der Schaar, gedeeltelijk woningen voor een vereniging van kleinere bouwondernemers. De plannen van Kramer ontstonden tussen december 1923 en december 1924. De eerste bouwfase was gereed in 1924. Kramer ontwierp alleen de straatwanden. Het architectenbureau Gulden en Geldmaker werd belast met de aanpassingen van de plattegronden aan de gebouwvormen en met de achtergevels.

Kramers blokken lagen aan de belangrijke kruising Postjesweg/Hoofdweg. De Postjesweg verbond deze wijk via de bestaande westelijke stadsuitbreidingen (Kinkerstraat) met het centrum van Amsterdam. De Hoofdweg was de voornaamste ontsluitingsstraat in de noord-zuidverbinding. De blokken verheffen zich op alle vier de hoekpunten van de kruising Postjesweg/Hoofdweg en strekken zich uit in alle vier de richtingen, waarbij de blokken aan beide zijden van de Hoofdweg een zeer grote lengte hebben. De onderste twee bouwlagen van de hoeken waren bestemd voor winkels.

Exterieur

Bij het zoeken naar een kunstzinnige oplossing stond Kramer slechts de dunne huid van de bakstenen gevel ter beschikking. Zijn mogelijkheden beperkten zich tot ritmische en plastische accenten en tot de kleurstelling. Hij legde de nadruk op de blokstructuur, de aaneenrijging van gelijksoortige woningen, en rangschikte de kozijnen in horizontale banden. De banden werden zijn werkzaamste en tevens eerlijkste architectonische middel. De stralend witte kozijnen en het oranjekleurige metselwerk fleurden de wijk op en gaven deze een frisse aanblik. Het zwaartepunt lag op de hoekpartijen, die Kramer zoveel mogelijk een eigen uitdrukking gaf. Bijzondere aandacht besteedde hij aan de kruising Hoofdweg/Postjesweg, maar ook aan de hoeken van de andere zijstraten en aan de gedeelten waar zijn ontwerp moest aansluiten op dat van zijn collega's.

De kopbebouwing van de blokken 7 en 10 op de hoek Postjesweg/Hoofdweg is vanwege de opvallende vormgeving steeds weer te zien op afbeeldingen. Van blok 7 is vooral het halfronde dak boven een loggia-achtige uitsparing kenmerkend. Verder is het eigenlijk een gereduceerde uitvoering van het er tegenoverliggende blok 10 maar dan met veel soberder details. Tegenover de Davisstraat, daar waar blok 10 plaats maakt voor blok 11, heeft blok 7 een knik. De ingangspartijen naar de verdiepingen steken maar een klein stukje uit met sobere baksteenversiering en boven de voordeuren liggen gewoon woningen met ramen. De ingangen vormen daarmee niet zoals in blok 10 een uitgesproken verticaal accent.

De begane grond-voordeuren hebben net als blok 10 een luifeltje dat ondersteund wordt door een sierlijk object. Opvallend is dat aan deze kant veel luifels in de loop der tijd scheef zijn gaan hangen. Kohlenbach spreekt van monotonie in de gevel, die te wijten zou zijn aan de bouwondernemers die zich voor dit project aaneensloten en Kramers drang tot kunstzinnige behandeling van volumen uit economische motieven aan banden legden. Imposant is dan wel weer de afsluiting aan de zijde van de Willem Schoutenstraat, waar vierkanten, rechthoeken en rondingen in elkaar grijpen. Deze afsluiting toont veel overeenkomsten met de hoeken van het verder ook weinig opvallende blok 11 van Kramer, aan de overzijde.

Gebruikte bronnen

1. Bernard Kohlenbach, Pieter Lodewijk Kramer, Architect van de Amsterdamse School 1881-1961 (Naarden , 1994).

Professionele of persoonlijke band met dit gebouw/blok

Een van de wat soberder gevels van Kramer aan de Hoofdweg, echter wel met imposante hoekpanden.

Ingezonden door: Gert-Jan Lobbes

Gert-Jan Lobbes Ik zoek naar details van de Amsterdamse School die je pas opvallen als je langere tijd kijkt naar objecten. Fotograferen helpt om die details te ontdekken. De toppers van deze unieke stroming vind je op vele websites en horen natuurlijk ook thuis op Wendingen. Mijn voorkeur heeft echter om architecten, gebouwen en interieurs in kaart te brengen die nauwelijks aandacht krijgen. Want wie kent tegenwoordig Kruyswijk, Franswa, Boterenbrood of Roodenburgh - om maar een paar namen te noemen? Bekendheid kan bovendien bijdragen aan behoud van erfgoed, onbekend erfgoed kan zomaar verdwijnen. Mijn Amsterdamse Schoolfoto's zijn onder meer gebruikt in de brochure van de Amsterdamse Open Monumentendag 2016, voor tentoonstellingen van Museum Het Schip en De Dageraad, in het boek over Publieke Werken en in het boek naar aanleiding van 100 jaar De Dageraad. Over vondsten op architectuurgebied twitter ik vaak voorafgaand aan publicatie: https://twitter.com/gertjan_lobbes

Reacties

Geen reacties voor dit gebouw.

Je moet eerst inloggen voordat je een reactie kan plaatsen.
Als je nog geen account hebt, dan kan je je aanmelden voor een account.