Introductie

Imposant kantoorgebouw in hartje Den Haag vol 'baksteenexpressionisme' en beeldhouwwerk.

Specificaties

Officiële of officieuze naam De Rode Olifant, Den Haag - exterieur
Adres(sen) Zuid-Hollandlaan 7
Postcode(s) 2596 AL
Plaats (provincie) Den Haag (Zuid-Holland)
Land Nederland
Huidige staat Deels of volledig gerenoveerd
Oorspronkelijke opdrachtgever American Petroleum Company
Oorspronkelijke functie Kantoorgebouw
Betrokken architect(en) J.Herman de Roos, Willem Overeijnder
Andere betrokken kunstenaars H.J. Winkelman (Winkelman & Van der Bijl), Joop van Lunteren
Aanvang en oplevering 1921 - 1924
Huidige eigenaar NSI
Huidige functie Bedrijfsverzamelgebouw
Soort monument Rijksmonument
Monumentnummer 452740

Achtergrond

Dit ontwerp van het Rotterdamse architectenbureau De Roos en Overeijnder (in Rotterdam onder andere verantwoordelijk voor het Mathenesserhof en Het Kasteel van Sparta) was oorspronkelijk bedoeld als inzending voor een mogelijke prijsvraag voor een raadhuis in Hilversum. Het werd later aangeboden aan de American Petroleum Company (de voorloper van Esso) en zou moeten wedijveren met het hoofdkantoor van de Bataafsche Petroleum Maatschappij (de voorloper van Shell) op amper een kilometer afstand.

Het gebouw kreeg als naam Petrolia; na de naamswijziging van American Petroleum Company naar Esso in 1947 kreeg het als naam Esso gebouw. In 1990 kwam er – na een restauratie – een nieuwe bewoner in het pand: advocaten- en notarissenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek. Na een prijsvraag onder het personeel kreeg het de huidige naam. Vastgoedbedrijf NSI - de huidige eigenaar - liet het pand in 2012-2013 moderniseren.

Exterieur

Er zijn wel wat interessante parallellen aan te wijzen tussen Het Scheepvaarthuis en De Rode Olifant. Beiden hebben een betonnen skelet, een noviteit voor die tijd. Verschil is dat het kantoorgebouw in Den Haag staat op een deels afgegraven zandplaat en daardoor geen heipalen nodig heeft. Het betonnen skelet zorgt ervoor dat de gevelwand niet dragend is en er met het metselwerk intrigerende capriolen uitgehaald kunnen worden. Voor De Rode Olifant zouden naar verluidt 3,5 miljoen stenen gebruikt zijn.

Het beeldhouwwerk van Joop van Lunteren is een beeldbepalend element. Van Lunteren was een van de beeldhouwers die eerder onder leiding van Hendrik van den Eijnde het beeldhouwwerk van Het Scheepvaarthuis vorm gaf. Datzelfde geldt voor Winkelman & Van der Bijl. Voor Het Scheepvaarthuis ontwierp deze Amsterdamse firma het hekwerk en siersmeedwerk van trappen en lampen; in Den Haag het gebrandschilderd glas in de hal, maar ook in ieder geval twee lantaarns in het interieur en wellicht ook die bij de ingang.

De Rode Olifant heeft 10.000 vierkante meter kantoorruimte op een U-vormig plattegrond. De hoofdvleugel ligt aan de Zuid-Hollandlaan, de vleugels aan de Mesdagstraat en de Jozef Israëllaan. Het heeft een souterrain achter een hoge omgaande granieten plint, waarboven vier bouwlagen onder een met leien gedekt zadeldak. Het hek om het pand is nu wit geschilderd, maar archiefbeelden tonen een oorspronkelijk donkere kleur; hetzelfde geldt voor de ijzeren deuren naast de entree.

Het Bouwkundig Weekblad besteedde in 1925 ruimschoots aandacht aan het gebouw:

‘De rustieke granieten onderbouw zorgt voor een kloek eenheidsbasement waaruit de bovenbouw zich ontwikkelt. De band is bovendien uitgedrukt in kleur en groote soberheid in bouwstofkeuze. Zooveel mogelijk zorgt daarvoor de handvormsteen van Gebr. Overbeek te Hengelo (O.) in een menging van paarsch, rood, bruin en grijs met terugliggende grijze voeg, in samenwerking met de nu reeds geheel in toon staande Ludovicus-pan uit Karlsruhe en de stemmige roode Maulbrauner-zandsteen op plaatsen waar om hechtheidsredenen, de baksteen moest wijken. Nuchterheid is echter geweerd. De sokkel verkrijgt, mede doordat de voorgevel met de rooilijn niet evenwijdig loopt, hier en daar een ongezochten klemtoon: de baksteen wordt op verscheiden wijze lot versiering verwerkt, de pannen zijn in haar dekking tot een verfijnd lijnenspel geworden, en de natuursteen is op sobere wijze van bouwbeeldhouwwerk voorzien.’

Geheel links in een uitbouw aan de Zuid-Hollandlaan is de hoofdingang met twee langwerpige art deco buitenlampen. Boven de ingang is een 56 meter hoge toren met opvallend siermetselwerk. De gevels zijn opgetrokken met expressionistische metselverbanden in de trant van de Amsterdamse School en er is veel aandacht besteed aan de detaillering en de toepassing van rijke materialen. Hoge ramen in de toren zijn voorzien van glas in lood waarvan het patroon wel wat weg heeft van abstracte weergaven van de toren zelf. De blauw-turquoise kleur van het glas is van buitenaf helaas nauwelijks zichtbaar.

Beeldhouwwerk

Over het beeldhouwwerk van Van Lunteren kan men uitgebreid theoretiseren. Het is bij veel van de wat hoekig vormgegeven sculpturen niet direct duidelijk wat en of de link met de opdrachtgever nou is. Dat geldt niet zo zeer voor de sluitsteen boven de entree: hier zien we duidelijk de toren van De Rode Olifant zelf afgebeeld. De top gaat nog net schuil achter iets wat door twee figuren wordt vastgehouden. 'Onthullen' ze hier de toren, of zijn ze bezig deze af te dekken? Misschien moeten we de toren hier zien als een metaforische boortoren. Het zou in dat geval zo zijn dat de figuren het aangeboorde (lees: de productie van het kantoorgedeelte van APC) opvangen.

De toren zelf heeft - als console voor een klein driehoekig balkonnetje - een olifantskop. Net boven het zadeldak is een groot geknield mannenfiguur. Hoger - en bovendien aan twee kanten van de toren - staat een voorovergebogen mannelijk torso. Het doet denken aan een ridderfiguur met maliën hoofdkap die iets (een roer? een ring?) vasthoudt.

De gevels van het hoofdvolume hebben ter hoogte van de bovenste verdieping een serie koppen. Behalve de twee in het verlengde van de entree en de toren zijn ze allemaal verschillend. Ze doen denken aan waterspuwers en ze hebben - net als het geknielde mannelijke figuur - een weinig vrolijk, wat meelijwekkende uitstraling. Dat wordt mede ingegeven door de open mond en ze doen mij daardoor ook denken aan maskers in een Griekse tragedie. De twee koppen boven de entree lijken de bezoekers bovendien iets toe te roepen.

De waardering van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: 'Kantoorpand van cultuurhistorische waarde als representatief hoofdkantoor van een eertijds grote oliemaatschappij. Architectuurhistorisch is het van belang als waardevol voorbeeld van expressionistische baksteenarchitectuur in de trant van de Amsterdamse School. Stedenbouwkundig is de beeldbepalende ligging van belang aan de rand van het Malieveld.'

Interieur

Een uitgebreide beschrijving van het interieur kan men hier vinden.

Recente ontwikkelingen

Tegenwoordig zit in het pand het bedrijf Spaces, dat flexibele werk- en vergaderruimtes aanbiedt.

Gebruikte bronnen

1. ‘Kantoorgebouw Petrolea’, in: Bouwkundig Weekblad, 28 maart 1925.

Links

1. https://www.monumenten.nl/monument/42937
2. https://anno1900.nl/2014/06/29/wedergeboorte-van-de-rode-olifant/
3. https://www.spacesworks.com/nl/den-haag/rode-olifant/
4. https://nsi.nl/location/rode-olifant-haag-2/
5. https://www.denhaagdirect.nl/de-rode-olifant/
6. https://ifthenisnow.eu/fr/node/162951
7. http://www.glasatelier.nl/nl/portfolio/rode-olifant/

Professionele of persoonlijke band met dit gebouw/blok

Lange tijd was dit gebouw een onbekende voor me. Een expressief pand met een wat zakelijke uitstraling, waarvan met name het metselwerk en de sculpturen zorgen dat je niet snel uitgekeken raakt.

Ingezonden door: Marcel Westhoff

Marcel Westhoff

Reacties

Geen reacties voor dit gebouw.

Je moet eerst inloggen voordat je een reactie kan plaatsen.
Als je nog geen account hebt, dan kan je je aanmelden voor een account.