terug naar alle blogs

Concerning the spiritual in artdoor: Richelle Wansinggepubliceerd op: 9 april 2015

Concerning the spiritual in art

Foto Paul Paris (Radio Kootwijk)

Radio Kootwijk: Amsterdamse School of niet? De twee meest toegankelijke argumenten voor wel/niet hebben betrekking op de uiterlijke vorm, het direct waarneembare. Meer precies gaat het hierbij om een stilistisch argument (verstrakt, maar relatief rijk gedecoreerd) en een technisch argument (beton als bouwtechnische oplossing). Er is echter nog een derde argument van theoretische aard, waarmee de innerlijke vorm van het gebouw ter discussie wordt gesteld. Met andere woorden, de betekenis die de architect Julius Luthmann in zijn ontwerp heeft gelegd. Hiertoe is het van groot belang dat hij zijn gebouw gemodelleerd heeft naar de Egyptische sfinx. Luthmann maakt gebruik van de symboolfunctie van de sfinx om de innerlijke vorm van het gebouw te representeren. De sfinx symboliseert het mysterie, de sfinx van Luthmann zou het ‘mysterie van de radio’ symboliseren. De radio – een moderne, zuiver technische vinding – wordt door Luthmann in de transcendentale sfeer getrokken. En dit is cruciaal: Luthmann probeert het louter materiële te overstijgen. Hierin weerklinkt Kandinsky, die over het louter materiële stelt dat dit alleen maar ‘uiterlijke vorm’ is, en per definitie zonder toekomst is. Een innerlijke vorm daarentegen ‘contains the seed of the future within itself.’

De Engelse vertaling van Kandinsky’s Über das Geistige in der Kunst is voorzien van een introductie door M.T.H. Sadler, die het werk in 1914 naar het Engels vertaalde. In zijn introductie plaats Sadler de twee groten – Kandinsky en Picasso – naast én tegenover elkaar. Zo stelt hij dat beide voortkomen uit dezelfde historische traditie, het streven naar een universele kunst die de representatieve vorm overstijgt, maar dat ze een andere afslag belichamen. Picasso’s werken zijn volgens Sadler in essentie materieel. Picasso creëert volgende de grammatica of structuur van de natuur. Iets wat ook wel over het vormenspel van de Amsterdamse School gezegd zou kunnen worden. Kandinsky’s werken daarentegen zijn in essentie spiritueel en baseren zich op de structuur van de geest. En misschien dat Luthmann, in tegenstelling tot de Amsterdamse School, nu juist op deze traditie aansluiting vindt.

Karakteristiek voor Radio Kootwijk is de spanning tussen de technische uitvoering in beton en de sterke materialiteit die hiervan uitgaat, en tegelijkertijd het willen ontstijgen van de materiële vorm door het gebouw een innerlijke vorm of ziel te geven: het mysterie van de radio. Nieuwe materialen en technieken lijken door de architect juist te worden aangewend om ‘de materialiteit’ te ontstijgen. Over het wit schilderen of pleisteren van constructieve onderdelen, heeft de architect Johannes van Loghem bijvoorbeeld geschreven dat ze ertoe dienen om ‘de laatste resten van zwaarte, die nog in de constructievorm behouden zijn, tenminste voor het oog en het gevoel tot het uiterste te reduceren’. (Peter Timmerman, Los van de Aarde) Is het streven naar het ‘ontmaterialiseren’ van een gebouw anders dan als een spiritueel streven te interpreteren? Cruciaal is dat deze spiritualistische inslag het Nieuwe Bouwen in dezelfde historische traditie plaats als de Amsterdamse School. Beide belichamen enkel een andere afslag. Het lijkt hier te gaan om een splitsing tussen materialiteit en spiritualiteit, die Sadler reeds bij Cezanne en Gaugain laat beginnen. Met andere woorden, Picasso en de Amsterdamse School zijn in de materiële traditie van Cezanne te plaatsen, Kandinsky, Luthmann, Van Loghem in de spirituele traditie van Gaugain.